wpe5073f09.png






wp40c433ea.png
wp0e54b3fd.png
                   Beklag artikel 13 Strafvordering

Na de weigering namens de hoofdofficier van justitie, mr. G.Th. Hofstee, om
de zaak door een ander gerecht te laten behandelen wordt bij het gerechtshof
een beklag ingediend, op basis van artikel 13 Strafvordering.

Het gerechtshof maakt er zich vervolgens wel heel gemakkelijk vanaf door, onder
verwijzing naar het ambtsbericht namens de hoofdofficier van justitie en het
verslag van de advocaat-generaal, te stellen dat er geen sprake zou zijn van
nieuw aangevoerde feiten en omstandigheden en dat klager daarom niet
ontvankelijk is zijn beklag.

In de beschikking van de beklagkamer, met als leden mrs. P.C. Kortenhorst,
A.D.R.M. Boumans en F.A. Hartsuiker, staat hierover het volgende:

wp6926b723.jpg

Het is opmerkelijk dat hoewel in de beschikking toch wordt gesproken over
een aan de beschikking gehecht kopie van het verslag en het ambstbericht
deze stukken niet met de beschikking naar klager werden verstuurd.

Na een separaat verzoek, waarbij het gerechtshof werd gewezen op de
betreffende passage in de beslissing, werden beide documenten alsnog
ontvangen.

In beide documenten wordt bewust een onjuiste voorstelling van zaken
gegeven door ten onrechte te beweren dat er geen sprake zou zijn van
nieuwe feiten en omstandigheden.

In het namens de hoofdofficier van justitie, mr. G.Th. Hofstee, opgestelde
ambtsbericht staat:
wp73cf4984.jpg

In het verslag van de advocaat-generaal mr. R.C. Tdlohreg valt te lezen:
wp54ff5648.jpg

In het beklagschrift werd de stelling van het arrondissementsparket dat
er geen sprake zou zijn van nieuwe feiten en omstandigheden middels de
volgende punten weerlegd.

      Vastgesteld kan worden dat de volgende nieuwe feiten of omstandigheden zijn
      aangedragen:

      - Er is een nieuw feit aan de aangifte toegevoegd in de vorm van een nieuwe
      uitnodiging voor een hoorzitting door de gemeente Amsterdam gedateerd 14 januari
      2013.

      - Naar aanleiding van de eerdere aangifte werd door de advocaat-generaal in zijn
      verslag gesteld dat onvoldoende duidelijk zou zijn om welke personen het zou gaan.
      In de nieuwe aangifte worden deze personen met naam vermeld.

      Via het strafrechterlijk onderzoek zou vanuit de vermelde bekende beleidsuitvoerders
      het hiërarchische spoor gevolgd moeten worden naar de beleidsmakers, de bottom-up
      benadering dus.

      Gezien de weigering van het parket om via onderzoek de identiteit vast te stellen van
      de beleidsmakers dient gebruik te worden gemaakt van een top-down benadering om
      vast te stellen wie er verantwoordelijk is voor het beleid om algemeen geldend recht
      te vervangen door eigen beleid.

      In dit geval zou dan het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk
      gesteld moeten worden voor het feit dat een door het college gedelegeerde
      bevoegdheid wordt misbruikt om de wet te overtreden.

      Op basis van deze nieuwe aangifte kunnen de betrokken zich nu wel tegen de
      ingebrachte feiten verweren en vervalt aldus het bezwaar dat door de advocaat-
      generaal was ingebracht tegen de eerdere aangifte (bijlage 2).

      - Bij de nieuwe aangifte handelt het zich niet langer om een verzoek tot behandeling
      door het arrondissement Amsterdam, artikel 12 Sv, maar om de behandeling door een
      ander arrondissement, artikel 13 Sv.

      Door de wijze waarop door het arrondissementsparket is omgegaan met de eerdere
      aangifte is er geen vertrouwen meer in dit parket. Het parket heeft zich vooral
      beziggehouden met het zoeken van voorwendselen om maar geen actie te hoeven
      ondernemen, zoals op basis van de vermeende gebreken in de aangifte.

      In de beschikking van het hof (bijlage 3) stelt het hof dat het parket in gebreke is
      gebleven met het indienen van een verzoekschrift op basis van artikel 510 Sv gezien
      het feit dat de aangifte ook betrekking heeft op rechtelijke ambtenaren.

      Naast het gegeven dat de aangifte betrekking heeft op rechterlijke ambtenaren is de
      aangifte ook gericht tegen medewerkers van de gemeente Amsterdam. Het parket
      onderhoudt een functionele relatie (3-hoeksoverleg) met de burgemeester van de
      gemeente Amsterdam, een potentiële verdachte in deze zaak. Ook deze relatie zou
      reden moeten zijn om de zaak over te dragen naar een ander  arrondissement.


De conclusie ten aanzien van de hele gevoerde procedure kan niet anders
zijn dan dat het arrondissementsparket, onder leiding van de hoofdofficier
van justitie, mr. G.Th. Hofstee, met verwijzing naar de hen toegekende
bevoegdheden alles heeft gedaan om vervolging van collega's en relaties
te voorkomen.

Het gerechtshof Amsterdam bleek hierbij maar al te graag bereid om mee te
gaan met de evident onjuiste voorstelling van zaken door de advocaat-generaal,
mr. R.C. Tdlohreg.

Aangezien echter het probleem van de foute rechters en ambtenaren blijft
bestaan is besloten tot het instellen van waarschuwingslijsten.

Het doel van deze lijsten is natuurlijk dat burgers elkaar kunnen waarschuwen
voor wetsovertredende rechters en ambtenaren.

         Ga verder naar:  Waarschuwingslijsten.