wp2d331ae8.png






wp40c433ea.png
wp12c8d5a5.png

 

                           De strafrechtprocedure

 

Bij het onderwerp van deze site, de Jolish, gaat het hoofdzakelijk om de rechtsregels met betrekking tot het bestuursrecht, onder meer vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht.

 

Het bestuursrecht is het rechtsgebied waarin de relatie tussen het openbaar

bestuur en de burgers is geregeld.

 

Bij het strafrecht gaat het om het geheel van rechtsregels, vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht, waarmee bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld.  

 

Het is van belang om hier vast te stellen dat het bestuursrecht en het strafrecht twee verschillende rechtsgebieden zijn waarbij getoetst wordt aan verschillende wetten. Het overtreden van een rechtsregel opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht dient binnen het bestuursrecht getoetst te worden terwijl het overtreden van regels uit het Wetboek van Strafrecht door de strafrechtspraak getoetst moeten worden.  

 

Bij conflicten tussen burgers en de overheid is het bestuursrecht het eerst aangewezen rechtsgebied om deze conflicten te beslechten. Bij het onderwerp van deze site, de Jolish, is vastgesteld dat er binnen de bestuursrechtspraak gebruik wordt gemaakt van een alternatief rechtstelsel.

 

In een van de oudste wetten van Nederland, de wet Algemene Bepalingen, is vastgelegd hoe de rechters in Nederland hun werk moeten doen.

 

Enkele belangrijke artikelen van de wet Algemene Bepalingen zijn:

 

       Artikel 11 Wet Algemene Bepalingen.

       De rechter moet volgens de wet rechtspreken en mag niet de innerlijke waarde

       of billijkheid beoordelen. Dat betekent dat een rechter een wet niet buiten

       toepassing mag laten, omdat die bijvoorbeeld zijns inziens onjuist is, of in

       strijd met zijn politieke opvattingen.

 

       Artikel 12 Wet Algemene Bepalingen.

       De rechter mag geen wetten voor zijn eigen arrondissement of district uitvaardigen,

       deze taak heeft de wetgever zichzelf voorbehouden.

 

       Artikel 13 Wet Algemene Bepalingen.

       De rechter is steeds verplicht recht te spreken en mag niet weigeren in een bepaald

       geval vonnis te wijzen onder het voorwendsel dat hem de wet op een bepaald niet

       duidelijk is, of dat de wet voor het onderhavige geschil geen oplossing biedt. Indien

       dit toch gebeurt dan kan de rechter wegens rechtsweigering worden vervolgd.

 

 

In het kader van het alternatieve rechtstelsel, de Jolish, worden bovenstaande

regels door rechters overtreden en is strafrechterlijke vervolging dus een van de mogelijkheden.

 

 

     De overgang van het bestuursrecht naar het strafrecht.

 

Eerst zijn binnen het bestuursrecht twee procedures gevoerd waarbij het niet naleven van artikel 7:4 Algemene wet bestuursrecht aan de orde is gesteld.

 

Nadat door de rechters in beide procedures dit artikel buiten toepassing was

gelaten is aangifte gedaan in het kader van het strafrecht.

 

Tegen beide rechters is aangifte gedaan op basis van het overtreden van artikel 11 van de wet Algemene Bepalingen en medeplichtigheid aan hetgeen de ambtenaren van de gemeente Amsterdam wordt verweten.

 

De ambtenaren van de gemeente Amsterdam wordt verweten dat naast het overtreden van artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht ook het Wetboek

van Strafrecht is overtreden. Er is aangifte gedaan tegen de ambtenaren van de gemeente Amsterdam, primair op basis van artikel 227b WvS.

 

 

      Artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht.

       Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking

       hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste een week voor  

       belanghebbende ter inzage.

 

       Artikel 7:4 lid 3 Algemene wet bestuursrecht.

       Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste

       lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.

  

       Artikel 227b Titel XII  Wetboek van Strafrecht.

       Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

       verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken,

       wordt,  indien het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander,

       terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang

       zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of

       tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking

       of tegemoetkoming, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of

       geldboete van de vijfde categorie.

 

 

 

      De organsiatie van de rechtspraak.

 

Voor een beter begrip is het goed iets te weten over hoe de rechtspraak in Nederland is georganiseerd. In Nederland bestaan momenteel nog elf rechtbanken, onderstaand een overzicht op rechtspraak.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gebied waarin de rechtbanken werken wordt een arrondissement genoemd en

binnen ieder arrondissement bestaat er een arrondissementparket (Openbaar Ministerie) onder leiding van een hoofdofficier van justitie.

 

Overigens is het zo dat verschillende arrondissementen meerdere zittingsplaatsen kennen, d.w.z. locaties waar rechtbanken gevestigd zijn, door in bovenstaande afbeelding op een gebied te klikken worden de verschillende vestigingsplaatsen zichtbaar.

 

De hogerberoepzaken worden behandeld door een gerechtshof, een overzicht van

de werkgebieden van de vier gerechtshoven in Nederland staat ook op rechtspraak.nl. Klik in bovenstaande afbeelding op het veld Organisatie en vervolgens op Gerechtshoven.

 

Op rechtspraak.nl kunt u veel meer nuttige informatie vinden over de rechtspraak, klik ook eens op een van de andere velden zoals Recht in Nederland.

 

 

 

 

      Sleutelpositie (hoofd-)officier van justitie (OM).

 

In het civiele recht (burger tegen burger) en het bestuursrecht (burger tegen de

overheid) is de burger partij in de procedure als eiser of klager.

 

Binnen het strafrecht daarentegen wordt de rol van eiser/aanklager vervult door

een medewerker van het Openbaar Ministerie, bij zaken die door een rechtbank behandeld worden is dit een officier van justitie, bij zaken voor een gerechtshof

is dit een advocaat-generaal.

 

Binnen het strafrecht is de rol van de burger beperkt tot het doen van aangifte en, indien het tot een strafvervolging komt, mogelijk het optreden als getuige.

 

Het is in Nederland altijd maar de vraag of een aangifte van een strafbaar feit ook daadwerkelijk leidt tot een strafprocedure, dit is in principe ter beoordeling aan

het arrondissementsparket met aan het hoofd de hoofdofficier van justitie.

 

Zoals hierboven vastgesteld bestaat er voor iedere rechtbank een parket (OM), onder leiding van een hoofdofficier van justitie, die bepaalt of er na een aangifte een onderzoek eventueel een vervolging wordt ingesteld.

 

Het is van belang daarbij vast te stellen dat het de minister van justitie is die de ministerraad om instemming vraagt om iemand te benoemen tot hoofdofficier van justitie.

 

De politieke invloed houdt hiermee niet op omdat na zijn benoeming de

hoofdofficier van justitie binnen de zogenaamde driehoek samenwerkt met de leidinggevende van de politie en de burgemeester.

 

De politiek heeft er dus belang bij om bij de benoeming van een hoofdofficier

van justitie goed uit te kijken wie men benoemd en om na de benoeming een

goede relatie te onderhouden met deze hoofdofficier van justitie.

 

 

     Het verloop van de gevoerde strafrechtprocedure.

 

Onder leiding van de hoofdofficier van justitie, mr. G.Th. Hofstee, heeft het OM zich slechts ingespannen om de vervolging van hun arrondissementscollega's, de rechters mr. L.H. Waller en mr. C. Bakker, en de ambtenaren van de gemeente Amsterdam te voorkomen.

 

Vastgesteld dient te worden dat er, in het kader van de zogenaamde driehoek, sprake was van een functionele relatie tussen mr. G.Th. Hofstee en de burgemeester van Amsterdam, mr. E.E. van der Laan.

Dit is van belang omdat de gemachtigde van de gemeente Amsterdam, mr. J.E. Carter, tijdens een hoorzitting in de rechtbank van Amsterdam heeft verklaard

dat het overtreden van de wet het gevolg zou zijn van een eigen beleid van de gemeente Amsterdam. De burgemeester, mr. E.E. van der Laan, zou op basis

van deze verklaring ook gezien kunnen worden als een verdachte.

 

Voor meer informatie over het verloop van de strafrechtprocedure kunt u klikken

op een van de volgende links.

 

 

      De aangifte en de reactie van het OM.

 

      Beklag art. 12 Strafvordering.

 

      Uitspraak beklag door gerechtshof.

 

      Verzoeken aan Hoge Raad der Nederlanden en de reactie.

 

      Verzoek tot behandeling door een ander gerecht.       

 

      Beklag art. 13 Strafvordering en de beschikking van het gerechtshof.