wp2d331ae8.png






wp40c433ea.png
wp12c8d5a5.png
wp3dae0c4e.png
                                        DOSSIER


Onderwerp:        Termijn indiening verweerschrift.


Officiële recht:    Algemene wet bestuursrecht (Awb).

                            Artikel 8:31 Awb. Indien een partij niet voldoet aan de verplichting
                            te verschijnen, inlichtingen te geven, stukken over te leggen of mee te
                            werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8:47, eerste lid, kan de
                            rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die haar geraden komen.

                            Artikel 8:42 lid 1 Awb. Binnen vier weken na de dag van
                            verzending van het beroepschrift aan het bestuursorgaan zendt
                            dit de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank
                            en dient het verweerschrift in.

                            Artikel 8:42 lid 2 Awb. De rechtbank kan de in het eerste lid
                            bedoelde termijn verlengen.
                           
                            
Jolish:                  Na het indienen van een beroepschrift werd vastgesteld dat de
                            gemeente Amsterdam de op de zaak betrekking hebbende stukken en
                            het verweerschift niet binnen de wettelijke termijn indiende bij de
                            rechtbank Amsterdam.

                            Bovendien was informatie verkregen over een periodiek overleg tussen
                            de gemeente Amsterdam en de rechtbank Amsterdam waarin door
                            partijen afspraken zouden worden gemaakt over de wijze waarop de
                            rechtbank Amsterdam om zou moeten gaan met beroepsprocedures
                            tegen de gemeente Amsterdam.

                            Bijzonder verontrustend natuurlijk omdat in de democratisch vastgestelde
                            wet en regelgeving reeds is vastgelegd hoe er omgegaan dient te worden
                            met deze beroepsprocedures.

                            Na een schriftelijk verzoek om opheldering over deze gang van zaken
                            werd een brief (kenmerk DA 77/98) ontvangen van de sectorvoorzitter
                            Bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam, mr. D. Allewijn, waarin het
                            het volgende wordt gemeld:
                          wpd16eca0a.jpg
                          
                            Door mr. D. Allewijn wordt het bestaan van het overleg tussen de
                            rechtbank en de gemeente Amsterdam bevestigd maar wordt gesteld
                            dat deze contacten niet strekken tot het het in het leven roepen van
                            privileges voor het gemeentebestuur van Amsterdam, doch tot naleving
                            van de wettelijke termijnen. Vervolgens wordt door de sectorvoorzitter
                            mr. D. Allewijn gepocht op de, via dit overleg, bereikte resultaten.

                            Een maand na de brief van de sectorvoorzitter Bestuursrecht van de
                            rechtbank Amsterdam wordt door het lid, mr. Th.P.J. de Graaf, van de
                            sector Bestuursrecht een uitspraak (98/3395) gedaan. Hieruit blijkt dat
                            er een groot verschil zit tussen de uitspraken van de sectorvoorzitter,
                            mr. D. Allewijn en de feiten in deze zaak.  
  
                            In de uitspraak staan de volgende overwegingen:
                           wpbe7561b8.jpg

                            De beweringen van de sectorvoorzitter, mr. D. Allewijn, over het inzenden
                            van de stukken en het verweerschrift, blijken dus in strijd met de feiten.

                            Ook is duidelijk dat de gemeente Amsterdam geen reactie geeft op de
                            verzoeken van de rechtbank om de stukken in te zenden. Desondanks
                            blijft de rechtbank de termijn voor het indienen van stukken, op basis
                            van artikel 8:42 lid 2 Awb, dus ongevraagd verlengen. Dit kan gezien
                            worden als een privilege voor de gemeente Amsterdam.  

                            Daarnaast blijkt ook de door mr. D. Allewijn beschreven procedure,
                            waarbij na het overschrijden van de wettelijke termijn het bestuursorgaan
                            onverwijld ter comparitie van de rechtbank zal worden opgeroepen
                            teneinde de stukken te komen aanreiken, niet gevolgd te worden zoals
                            blijkt uit onderstaande beslissing van de rechter, mr. Th.P.J. de Graaf.
                            wp4e25258d.jpg
                            Ook deze beslissing van mr. Th.P.J. de Graaf kan gezien worden als het
                            verlenen van een privilege aan de gemeente Amsterdam die dus niet door
                            de rechtbank wordt opgeroepen om eindelijk de stukken op te leveren.
                            Doordat mr. Th.P.J. de Graaf bovendien beslist niet alleen het bestreden
                            besluit te vernietigen maar daarbij ook bepaalt dat de gemeente binnen
                            6 weken een nieuw besluit  moet nemen wordt in feite de termijn voor
                            het aanleveren van de stukken verlengd door de procedure opnieuw te
                            starten. Het zal duidelijk zijn dat mr. Th.P.J. de Graaf hier uitsluitend de
                            belangen van de gemeente Amsterdam voor ogen heeft. De benadeelde
                            burger moet de hele procedure opnieuw doorlopen terwijl de negatieve
                            gevolgen van het oude besluit in stand blijven.

                            Door de gemeente Amsterdam wordt vervolgens, buiten de door de
                            rechtbank vastgestelde termijn (lees hier), een nieuw besluit genomen.
                            Dit  nieuwe besluit is, behoudens enkele onbeduidende aanpassingen in
                            de tekst, identiek aan het oude besluit en dus wordt opnieuw in beroep
                            gegaan bij de rechtbank.
 
                            De gemeente Amsterdam reageert echter opnieuw niet op de herhaalde
                            verzoeken van de rechtbank om de op de zaak betrekking hebbende
                            stukken en het verweerschrift in te dienen.

                            Uiteindelijk wordt door de rechtbank een zitting (99/1319) uitgeschreven
                            waarin als partij het College van Burgemeester en Wethouders van de
                            gemeente Amsterdam wordt opgeroepen. Na deze oproep worden de op
                            de zaak betrekking hebbende stukken en het verweerschrift uiteindelijk,
                            meer als 1 jaar na het eerste verzoek, door de gemeente Amsterdam bij
                            de rechtbank ingediend. Hierbij werd vastgesteld dat bij de ingediende
                            stukken belangrijke informatie werd achtergehouden en ook misleidende
                            informatie was toegevoegd (lees hier).    


Rechters:            De beslissing van mr. Th.P.J. de Graaf om de gemeente Amsterdam niet
                            bij de rechtbank op te roepen om de stukken aan te reiken maar te
                            bepalen dat de gemeente een nieuw besluit moest nemen kan gezien
                            worden als een belangrijke aanleiding voor deze site. In deze uitspraak
                            wordt het bestaan van een alternatief rechtstelsel, de Jolish, reeds pijnlijk
                            duidelijk.

                            In eerste instantie wordt door de rechtbank meermaals de termijn voor
                            het inzenden van de stukken zonder reden verlengd. Vervolgens wordt
                            door mr. TH.P.J. de Graaf beslist dat de gemeente Amsterdam maar een
                            nieuw besluit moet nemen zonder rekening te houden met de belangen
                            van de burger. Kennelijk weegt in de afweging van mr. Th.P.J. de Graaf
                            ieder denkbaar belang van de gemeente Amsterdam zwaarder dan welk
                            belang dan ook van de door het besluit getroffen burger.

                            Bij de behandeling van de zaak door de rechtbank Amsterdam is getracht
                            om duidelijkheid te krijgen over de kennelijke privileges van de gemeente
                            Amsterdam bij het indienen van de op de zaak betrekking hebbende
                            stukken en het verweerschrift.

                            Voor de rechter, mr. C.J. Polak, was waarheidsvinding op dit punt kennelijk
                            niet gewenst en werd het verzoek om personen te horen afgewezen.

                            Na herhaalde wrakingsverzoeken tegen mr. C.J. Polak wegens de
                            weigering om aan waarheidsvinding te doen trok deze zich van de zaak
                            terug.

                            Ook de vervangende rechter, mr. L.C. Bachrach, bleek niet bereid om ten
                            aanzien van de privileges van de gemeente Amsterdam bij de indiening
                            van de stukken en het verweerschrift aan waarheidsvinding te doen.

                            Door de weigering van de rechters, mr. C.J. Polak en mr. L.C. Bachrach,
                            om aan waarheidsvinding te doen is ook onduidelijk gebleven of de
                            sectorvoorzitter, mr. D. Allewijn, in zijn brief bewust een valse voorstelling
                            van zaken heeft gegeven of dat deze niet op de hoogte was van de feiten.

                            In het kader van het alternatieve rechtstelsel, de Jolish, is er dus kennelijk
                            sprake van een geprivilegieerde behandeling van de gemeente Amsterdam
                            bij de toepassing van artikel 8:42 Awb.  





Contact:              Neem hier contact op.