wpe5073f09.png






wp40c433ea.png
wpb78d870b.png
                                        DOSSIER


Onderwerp:         Het recht op inzage van relevante stukken.

                            (1) Uitvoering door ambtenaren.
 
                            zie ook:
                            (2) Toepassing door rechtspraak.

Officiële recht:    Algemene wet bestuursrecht (Awb).

                            Artikel 7:4 lid 2 Awb. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift
                            en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand
                            aan het horen gedurende tenminste een week voor belanghebbende
                            ter inzage.

                            Artikel 7:4 lid 3 Awb. Bij de oproeping voor het horen worden
                            belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar
                            en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.

                            Artikel 7:4 lid 5 Awb. Voor zover de belanghebbenden daarmee
                            instemmen,  kan toepassing van het tweede lid achterwege worden
                            gelaten.

                            Artikel 7:4 lid 6 Awb. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op
                            verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid
                            voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige
                            redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt
                            mededeling gedaan.

                            Artikel 7:4 lid 7 Awb. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet
                            aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur
                            de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze
                            stukken, in te willigen.

                            Artikel 7:4 lid 8 Awb. Indien een gewichtige reden is gelegen in
                            de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid
                            van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken
                            worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat
                            hetzij arts is.


                            Wetboek van Strafrecht (WvS).

                            Artikel 227b Titel XII  WvS.
                            Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift
                            opgelegde verplichting, opzettelijk nalaat tijdig de benodigde
                            gegevens te verstrekken, wordt, indien het feit kan strekken tot
                            bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of
                            redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn
                            voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een
                            verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de
                            duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft
                            met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van
                            de vijfde categorie.



Jolish:                  Vastgesteld is dat in meerdere procedures, door verschillende
                            medewerkers Bezwaar, de stukken niet ter inzage zijn gelegd
                            en dat in de uitnodigingen voor het horen ook niet is vermeld
                            waar en wanneer de stukken ingezien kunnen worden.

                            Door een gemachtigde namens de gemeente Amsterdam werd
                            tijdens een hoorzitting bij de rechtbank verklaard dat de gemeente
                            het artikel 7:4 Awb heeft vervangen door eigen beleid.

                            Omdat het uitgangspunt, wie beweert ook bewijst, binnen het
                            alternatieve rechtsstelsel, de Jolish, kennelijk voor bepaalde
                            groepen niet wordt toegepast is veel onduidelijk gebleven over het
                            eigen beleid van de gemeente Amsterdam.

                            Op basis van de hoorzittingen bij de rechtbank en de Centrale
                            Raad van Beroep lijkt dit eigen beleid erop neer te komen dat die
                            burgers die het recht op inzage, op basis van artikel 7:4 Awb,
                            wordt onthouden maar een beroep moeten doen op de Wet
                            openbaarheid van bestuur (Wob).

                            Opmerkelijk hierbij was dat namens de gemeente Amsterdam
                            werd gesteld dat aan de informatieplicht, zoals deze voortvloeit
                            uit artikel 7:4 lid 3 Awb, zou zijn voldaan door het opnemen
                            van informatie over het recht op inzage op www.amsterdam.nl.

                            Tijdens de behandeling van het beroep leverde de zoekterm
                            "inzage dossier" op www.amsterdam.nl een link op met de
                            mededeling dat contact moest worden opgenomen met de
                            klantmanager. Niet alleen blijkt de informatiewaarde nihil, ook
                            constructie met het contact via de klantmanager is dubieus
                            omdat het ingediende bezwaar vaak gericht is tegen een besluit
                            van de klantmanager.   
       
                            In artikel 7:4 lid 4 t/m 8 Awb wordt aangegeven wanneer van
                            het ter inzage leggen van stukken afgezien kan worden, namens
                            de gemeente Amsterdam is geen van deze gronden aangevoerd.
                            Door de gemachtigde van de gemeente is alleen aangegeven dat
                            de gemeente Amsterdam nationale wetgeving heeft vervangen
                            door eigen beleid.

                            Tegen de mewerkers Bezwaar, waarvan tijdens de procedure is
                            vastgesteld dat deze geen gelegenheid hebben geboden om de
                            relevante stukken in te zien, is ook aangifte op basis van het
                            Wetboek van Strafrecht, primair op basis van het artikel 227b
                            Titel XII WvS.

                            Het wettelijk voorschrift met de opgelegde verplichting is hier
                            artikel 7:4 Awb, het nalaten om aan deze verplichting te voldoen
                            leidt tot een financieel voordeel door geen faciliteiten beschikbaar
                            te stellen. Gezien het feit dat deze verplichting onderdeel is van een
                            juridische procedure is evident dat de gegevens van belang zijn voor
                            de vaststelling iemands recht en de hoogte en duur hiervan.

Ambtenaren:      Ten aanzien van onderstaande personen is vatgesteld dat deze,
                            in strijd met de wet, een uitnodiging voor een hoorzitting hebben
                            verstuurd waarin is nagelaten te wijzen op het recht van inzage.


                            M. Boers (14012013)
                            Functie: medewerker Bezwaar bij de gemeente Amsterdam.
 
                            V. Lozeeda (14092010)
                            Functie: medewerker Bezwaar bij de gemeente Amsterdam.

                            mr. I. Saadi (29062006)
                            Functie: medewerker Bezwaar bij de gemeente Amsterdam.

                            B.A. Veenendaal (07032011)
                            Functie: medewerker Bezwaar bij de gemeente Amsterdam.


Procedure:          Ultimo mei 2014 is per brief aangifte gedaan bij mr. dr. J.R. Bac, de
                            hoofdofficier van het het parket Midden-Nederland.
  
                            Aangezien deze aangifte zich mede richt tegen rechters van de Centrale
                            Raad van Beroep is, onder verwijzing naar artikel 510 Wetboek van
                            Strafvordering, verzocht om bij de Hoge Raad der Nederlanden een
                            verzoek in te dienen om deze aangifte door een ander gerecht te laten
                            behandelen.

                           

Oproep:               Indien u in het verleden een bezwaarschrift heeft ingediend en
                            naar aanleiding hiervan een uitnodiging heeft ontvangen voor
                            een hoorzitting dan beschikt u over belangrijke informatie.

                            Door een kopie van de uitnodiging te mailen kan vastgesteld
                            worden hoe vaak en in welke gemeenten burgers het recht
                            op inzage wordt onthouden.

                            Foute ambtenaren worden op bovenstaande  lijst geplaatst.

                            Met nadruk wordt verzocht om ook correcte uitnodigingen
                            te mailen, ook van personen die al voorkomen op de lijst van
                            foute ambtenaren.

Contact:               Neem hier contact op.